You are here: Home / Het Kadaster / Vervaardiging van de minuutplans

Vervaardiging van de minuutplans

De vervaardiging van de minuutplans

Tot de minuutplans behoren de verzamelkaart van de gehele kadastrale gemeente en de perceelskaarten per sectie.

De verzamelkaart geeft een overzicht van de indeling in secties en kaartbladen. Ze bevat in ieder geval begrenzing, naam en letteraanduiding van de secties en waar nodig de bladindeling van de onderverdeelde secties. Enkele uitzonderingen daargelaten bestaat het verzamelplan uit één blad.

De perceelsgewijze minuutplans geven de ligging en de begrenzingen weer van de afzonderlijke percelen. Gekozen kon worden uit enkele voorgeschreven schalen. De standaardschaal was 1:2500; voor steden met dichte bebouwing gebruikte men 1:1250; voor gebieden met weinig bebouwing werd doorgaans 1:5000 aangehouden.

Voor de intekening op schaal van de percelen op het minuutplan werd naast de eerder verkregen meetgegevens gebruik gemaakt van een coördinatenstelsel in de vorm van een netwerk van vierkanten (ruiten). De noord-zuid-lijn (meridiaan of Y-as) en de oost-west-lijn (perpendiculair of X-as) lopen door de oorsprong (A) van het boven beschreven driehoeksnet. De lijnen van het coördinatenstelsel zijn op het minuutplan nog terug te vinden. De ruiten zijn boven van links naar rechts aangegeven met cijfers, aan de zijden van boven naar beneden met letters. Om de kaarten leesbaarder te maken werden sommige percelen ingekleurd: huizen (particuliere gebouwen) met lichtrood (karmijn); wegen met bruin (gebrande sienna); wateren met blauw (ultramarijn); kerken met kobaltblauw; dijken en kaden met uitgewassen grijs. Gemeentegrenzen kregen een streep-punt-lijn en een paarse uitwassing; sectiegrenzen een groene uitwassing en bladgrenzen een gele of oranje bies.

Na afronding van het intekenen van de percelen en enkele (meest topografische) markeringen kreeg ieder perceel een uniek kadastraal nummer. De nummering begon per sectie zoveel mogelijk bij het meest noordelijke punt; vervolgens werd per blok percelen naar het zuiden toegewerkt. Voor veel secties was het nodig de intekening te verspreiden over meerdere minuutplans. De perceelsnummering loopt echter onafhankelijk daarvan door. Eigendommen van de overheid en erkende kerkgenootschappen waren vrijgesteld van belastingheffing, maar de percelen in hun bezit zijn wel van een nummer voorzien. Deze percelen werden in de OAT met de kwalificatie ‘onbelast’ aangeduid. Met de nummering van de percelen was de kadastrale aanduiding (gemeente-sectie-nummer) voltooid.

Als alle minuutplans van een gemeente gereed waren, werden zij ter controle opgezonden aan de ingenieur-verificateur. Behalve de netheid en leesbaarheid en de namen van een zeker aantal eigenaren werden ook de metingen gecontroleerd. Hiervoor zette de ingenieur-verificateur lange meetlijnen uit, de zogenaamde verificatielijnen, en bepaalde de totale lengte daarvan. De resultaten werden vergeleken met de maten op het plan. De verificatielijnen zijn als dunne lijntjes nog terug te vinden op de minuutplans. Ter verificatie van details werd per sectie nog een aantal percelen precies opgemeten en met het minuutplan vergeleken.

Op het kantoor van de ingenieur-verificateur werd het administratieve proces afgerond met de berekening van de oppervlakte der percelen en de samenstelling van de OAT.