You are here: Home / Gebruiksaanwijzing / Minuutplans en OAT's / Minuutplans en OAT's

Minuutplans en OAT's

Toelichting op de minuutplans en de OAT’s

De minuutplans

HisGis provincie Utrecht is een atlas van de 106 kadastrale gemeenten uit 1832 binnen de huidige 29 ‘burgerlijke’ gemeenten (2010) van de provincie Utrecht. De meeste kadastrale gemeenten zijn administratief ingedeeld in secties. Per sectie zijn één of meer kaartbladen opgemaakt. Op de verzamelkaart van iedere kadastrale gemeente wordt de indeling in secties en bladen getoond. De minuutplans geven de ligging en de begrenzingen weer van de afzonderlijke percelen. De standaardschaal is 1:2500, voor steden met dichte bebouwing is de schaal 1:1250 en voor gebieden met weinig bebouwing 1:5000. In HisGis provincie Utrecht heeft ieder perceel een uniek aanduiding, bestaande uit a) de naam van de betreffende kadastrale gemeente, b) de letter van de sectie en c) het volgnummer per sectie. Zo is het perceelsnummer van de Domkerk in Utrecht Utrecht B608. Er zijn twee soorten percelen: gebouwde en ongebouwde. Het perceelsnummer van een gebouwd perceel heeft zowel betrekking op het gebouwde als op het bijbehorende erf (indien aanwezig). Op de kaart is de bebouwing aangegeven in rood, met uitzondering van de kerkgebouwen. Die zijn in blauw weergegeven.

NB: Het minuutplan van de kadastrale gemeente Oudewater ontbreekt.

De Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT’s)

Per kadastrale gemeente - verdeeld in secties - zijn de bij de minuutplans behorende perceelsgegevens opgenomen in een Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT). In HISGIS provincie Utrecht zijn vrijwel al deze gegevens overgenomen.

-Perceelsnummer
Ieder perceel heeft in HISGIS provincie Utrecht een eigen uniek perceelsnummer, bestaande uit de volledige naam van de kadastrale gemeente, de sectieletter en een volgnummer, dus bijvoorbeeld Abcoude A180. De regelmatig voorkomende bisnummers betreffen òf de onbelaste percelen (meest (water)wegen) in eigendom van de overheid, òf percelen die ná 1832 door opsplitsing zijn 'ontstaan'. Soms ontbreken nummers. Dit zijn percelen die tijdens het administratieve proces zijn vervallen.

-Sectienaam
De naam van de sectie waarin het betreffende perceel is gelegen.

-Polder
De naam van de polder waarin het betreffende perceel is gelegen. Dit gegeven is slechts in een beperkt aantal OAT’s ingevuld.

-Namen
Het betreft hier de naam van de eigenaar. Die hoeft geen bewoner van het huis of gebruiker van het perceel te zijn. Huurders en pachters worden niet vermeld. Soms staat achter de naam de toevoeging 'en cons[orten]'. Er zijn dan twee mogelijkheden: a) gezamenlijk eigendom van verschillende personen; b) onenigheid over de eigendom; gemakshalve wordt zo’n perceel dan geregistreerd als behorend aan verschillende eigenaren. De in de OAT vermelde spelling is letterlijk overgenomen. In de OAT wordt dezelfde naam soms verschillend gespeld. Met een wildcard kunnen bij het zoeken deze naamsvarianten gemakkelijk worden meegenomen.

-Voornamen
De in de OAT vermelde spelling is letterlijk overgenomen. In de OAT wordt dezelfde naam soms verschillend gespeld. Met een wildcard kunnen bij het zoeken naamsvarianten gemakkelijk worden meegenomen.

-Beroep
De in de OAT vermelde spelling is letterlijk overgenomen. In de OAT worden dezelfde beroepsnamen soms verschillend gespeld en per kadastrale gemeente kan ook de gebruikte terminologie verschillen. Met een wildcard kunnen bij het zoeken spellingsvarianten gemakkelijk worden meegenomen.

-Woonplaats
De in de OAT gebruikte plaatsnamen zijn gestandaardiseerd aan de hand van de VUGA Plaatsnamengids.

-Artikelnummer
Dit betreft een per gemeente aan elke eigenaar toegewezen uniek identificatienummer. Het verwijst tevens naar de Kadastrale Legger waarin per eigenaar alle percelen vermeld staan waarop door deze dezelfde rechten worden uitgeoefend.

-Soort eigendom
Bijvoorbeeld bouwland, weiland, boomgaard e.d.

-Oppervlakte
In de kadastrale administratie is gebruik gemaakt van het kort daarvoor ingevoerde metrieke stelsel. Wel zijn nog de oude termen gebruikt: bunder voor hectare, (vierkante) roede voor are, en (vierkante) el voor centiare. Op de minuutplans staat de el voor 1 strekkende meter.

-Klassering ongebouwd
Volgens de tarieflijst. Soms is een perceel wat de soort van eigendom betreft in twee klassen geplaatst, bijvoorbeeld de klassen 2 en 3. Dit wordt dan genoteerd als 2, 3.

-Kadastraal inkomen ongebouwd
Dit bedrag wordt berekend door de perceelsoppervlakte te vermenigvuldigen met het betreffende tarief (klasse per soort van eigendom). Men krijgt dan het bruto-inkomen, vóór eventuele aftrek van polderlasten.

-Aftrek polderlasten
Betreft reeds betaalde lasten die met de kadastrale lasten verrekend konden worden.

-Belastbaar inkomen ongebouwd
Het belastbaar inkomen ongebouwd eigendom wordt berekend door van het berekende brutobedrag de door de eigenaren betaalde polder- en dijklasten af te trekken.

-Belastbaar inkomen gebouwd
Uit de klassering en het tarief volgt meteen het belastbaar inkomen van het perceel. De ondergrond (doorgaans het erf) valt altijd in klasse 1 van soort van eigendom ‘bouwland’.

-Koppeling
De kadastrale administratie is niet perfect, en tussen minuutplans en OAT’s komen afwijkingen voor. Zo komen soms percelen wel voor in de OAT, maar niet op de kaart en vice versa. In deze gevallen kon een koppeling niet plaats vinden en zal er achter het item koppeling dus nee staan. In alle normale gevallen staat er ja.

NB.1:     De OAT’s hebben ná 1832 nog een tijdlang als 'gebruiksregisters' dienstgedaan. Om die reden kent de tekst veel doorhalingen en aanvullingen van later datum. Omdat gestreefd is naar een zoveel mogelijk brongetrouwe uitgave, dus een weergave van de situatie van 1832, zijn deze aanpassingen uit later tijd niet opgenomen.

NB.2:     Bij alle gemeenten komt in enkele gevallen de toevoeging 'bis' in de OAT’s op de minuutplans voor als 'a', en vice versa.